Op vakantie !

Naar El Salvador …

Eindelijk was het dan zover. Wanneer ik dit schrijf is het alweer 2,5 week geleden dat we onze tassen ingepakten  en de Baros achterlieten om eindelijk eens wat meer te gaan zien over land.

Het plan was om eerst naar El Salvador te gaan waar een bevriende Amerikaanse zeiler een huis heeft aan het strand en ons had uitgenodigd om daar een paar dagen door te brengen. Van daaruit zouden we terugreizen naar Guatemala om Antigua, Lake Atitlàn en Flores en Tikal te bezoeken.

De laatste nacht voor ons vertrek vallen er bakken regen uit de lucht maar tegen de tijd dat we naar de bus gebracht worden door John, onze marina manager, heeft de zon en de zwoele lucht zich alweer ontfermt over de Rio Dulce.

De bus vertrekt vanuit Fronteras om 10u en rijdt naar Morales waar we overstappen op een andere bus die ons rond 17u moet afleveren in San Salvador, de hoofdstad van El Salvador, alwaar Bob ons zal opwachten. De busreis verloopt aangenaam, een comfortabele reisbus met airco, en rond 15 u arriveren we bij de grens van Guatemala en El Salvador. We stappen uit, de bus rijdt de grens over, en wij dienen ons eerst te melden bij de immigratie van Guatemala om uitgestempeld te worden en dan weer ingestempeld bij de immigratie van El Salvador.  Een fluitje van een cent ware het niet dat ons een onaangename verrassing staat te wachten bij de immigratie van El Salvador. Er is blijkbaar iets mis met onze Guatemalteekse stempels en we komen er niet in ! Dat is echt de eerste keer dat we dat meemaken. Ik probeer zo goed en zo kwaad mogelijk in het Spaans verhaal te halen en wat zielig te kijken, er wordt zelfs een hogere officier bijgeroepen, maar niets helpt. We worden de toegang geweigerd. Wat is er nu aan de hand ? Guatemala, Honduras, El Salvador en Nicaragua hebben een overeenkomst dat je 90 dagen in 1 of een combinatie van deze 4 landen mag blijven maar als je dan een verlenging wil van nog eens 90 dagen moet je je buiten deze 4 landsgrenzen begeven, stempels regelen en dan kan je weer terug en krijg je opnieuw 90 dagen. Hoe zit dat dan nu met onze stempels ? Wel ik ben in september (zoals talloze andere zeilers dat doen in de Rio) toen onze eerste 90 dagen afliepen naar Livingston gegaan en de immigratie gevraagd om een verlenging van mijn 90 dagen. Zij hebben mij toen gewoon een stempel uit gegeven en een stempel in voor de dag erna, snel gepiept, 30 euro betaald en vrij om weer 90 dagen in Guatemala te blijven. Op dat moment wist ik niks van die regel en als ik het geweten zou hebben, want dit geldt dus alleen voor het grensverkeer over land, zou ik nooit iets anders hebben gedaan want we waren toch enkel van plan om in het binnenland van Guatemala te reizen en geen grens over te gaan (we hadden toen nl.nog geen kennis gemaakt met Bob en dus nog geen uitnodiging op zak om El Salvador te bezoeken).  

Wat nu ? Er zat natuurlijk niks anders op dan onze bagage uit de bus te halen en terug de grens over te wandelen Guatemala in. Daar de hele uitleg nog eens overgedaan maar meer dan schouderophalen en onze uitstempel terug annuleren werd er niet gedaan. ’t Was meer zoiets van : die zageventen van El Salvador … Ondertussen ook nog snel den Bob gebeld zodat hij niet moest wachten met het eten …

En dan sta je daar om half vijf in een grensdorp waar zo goed als niks is. Tenminste, als je de super vriendelijke en behulpzame Guamalteken niet meetelt. Er kwam al gelijk een madammeke die tortilla’s verkocht aanlopen want die had ons verhaal zowat gevolgd toen we terug bij de immigratie kwamen en die deed in het kort uit de doeken wat onze mogelijkheden waren. Het kwam erop neer dat we of daar bleven overnachten en de volgende ochtend een bus namen of dat we stante pede in de wachtende collectivo zouden stappen  die ons dan naar een nabijgelegen dorp zou brengen waar we in de laatste chickenbus naar Guatemala City zouden kunnen overstappen. Snel overlegd, dan toch maar naar de City. Onderweg (het was ongeveer een drie kwartier rijden) was er contact tussen beide chauffeurs en toen we aankwamen,  stond de chickenbus met ronkende motor te wachten nog net niet in de versnelling om te vertrekken. Dat was inderdaad op het nippertje en goed gecoördineerd. 

Volgens onze medepassagiers, uiteraard allemaal localen want wie neemt er nu ’s avonds een chickenbus naar Gua City, zou het een tweetal uur rijden zijn zodat we zo rond 19u zouden arriveren in de terminal. De terminal ligt in zone 9 niet de meest veilige maar wel met voldoende mogelijkheden tot het aanhouden van een taxi die ons dan naar een hotel zou kunnen brengen volgens de chauffeur.  Maar ja, dan moesten we nog wel een hotel vinden.  Tijdens de busrit bel ik naar een hotel in zone 10, Las Torres, bekend bij de meeste zeilers op de Rio Dulce en ooit eens vermeld op het ochtendnetje (toch handig om af en toe eens te luisteren). Je krijgt er een korting als zeiler omdat de eigenaar zelf een boot heeft die op de Rio Dulce ligt. De kamerprijs is dan 280Q (+/-28 euro) niet slecht voor de hoofdstad als ik zo eens vergelijk met andere logeeradressen vermeld in de Lonely Planet. Als ik bel krijg ik te horen dat ze vol zitten voor wat betreft dat soort kamers maar dat er nog wel eentje beschikbaar is voor 440Q  (+/- 44 euro) voor 1 nacht en als we langer willen blijven kunnen we dan wel vanaf morgen die van 280Q krijgen. Omdat ik blijkbaar een beetje teleurgesteld klink over de prijs maar wel aangeef dat we mas o menos 2 noches willen blijven wordt het al gelijk 360Q (+/- 36 euro). Ik bevestig gelijk onze reservering en zeg dat ze ons zeker tussen 19 en 20u kunnen verwachten. We zijn blij dat we logies gevonden hebben want zo ’s avonds nog wat moeten zoeken in een stad die als onveilig geboekt staat, is niet echt iets waar we naar uitkijken.

De bus rijdt goed door tot op het moment dat we een bredere weg opkomen die ons de stad moet gaan binnenleiden, op zo’n drie kwartier van de terminal. Vlak voor ons wordt er een wegversperring aangebracht door de politie en ontstaat er binnen de kortste keren een giga file achter ons. We hebben dus echt geen geluk vandaag, hadden ze nog 1 voertuig laten passeren dan waren we er door geweest. Deze situatie is blijkbaar niet onbekend bij de chauffeur en zijn assistent want gelijk gaat de motor uit en zetten ze zich comfortabel achterover. Ik vraag even na wat er eigenlijk aan de hand is en er wordt uitgelegd dat er heel veel verkeer de stad uit en in moet en dat ze de weg versperren zodat beide rijvakken vrijkomen om het verkeer de stad uit te laten en daarna ons er in.  En hoe lang gaat dat dan duren misschien ? Anderhalf uur !! Caramba, daar gaat onze planning om toch nog op een christelijk uur in zone 9 aan te komen.  Snel maar even het hotel gebeld om te bevestigen dat we zeker nog gaan komen maar dat het later zal worden. Voor alle zekerheid geef ik de buschauffeur nog even aan de telefoon, een wegversperring behoort namelijk niet tot mijn toch al beperkte spaanse vocabulaire. 

Uiteindelijk komen we om 21.30u aan bij de terminal, hoezo terminal ? We worden gewoon gedropt op een kruispunt vlakbij en iedereen (er zijn nog zo’n vijftal mensen in de bus) stapt uit. Tijdens het uitstappen, Hans gaat al gelijk naar de bagagerumite om onze tassen op te halen, word ik aangesproken door een mevrouw die me zegt dat deze buurt heel onveilig is en dat we zeker niet alleen en te lang hier op straat mogen rondhangen. No problemo zeg ik want er zouden toch genoeg taxi’s zijn … No way José, als ik op straat sta, lijkt het wel of we in een nachtelijke Bronx zijn aangekomen. Zwervers op straat, hier en daar wat jongelui in groepjes, overal vuilnis, lege kartonnen dozen die over de straat waaien en tot overmaat van ramp geen taxi’s te zien. Wanneer diezelfde mevrouw ook nog even uitlegt dat we geen witte taxi’s mogen nemen omdat ze onbetrouwbaar zijn en alleen de gele mogen aanhouden weten we het even niet meer. Enfin, dit wordt gelijk opgelost want deze vriendelijke mevrouw neemt ons mee twee straten verderop waar op de hoek een fastfoodrestaurant is waar we voor de deur redelijk veilig kunnen wachten op een eventuele taxi.  Die zijn er nog altijd niet te zien maar onze redster in nood belt gelijk haar dochter en geeft die opdracht om een taxi te bellen en naar ons toe te laten komen. Binnen de minuut belt de dochter terug en zegt dat er eentje onderweg is maar dat het wel een half uur kan duren. Dit is voor moeders onacceptabel en ze vraagt een jongen die op een scooter zit vlak voor het restaurant (zijn shift is net afgelopen en hij wil naar huis vertrekken) of hij misschien iemand kent die ons kan oppikken. Begint die ook gelijk te bellen, echt ongelofelijk hoe behulpzaam deze mensen zijn. En dan als bij wonder daagt er een taxi op (een groene zo in het donker te zien maar gelijk goedgekeurd door ons gezelschap) die we gelijk aanhouden. In een supertempo wordt onze bagage in het voertuig gegooid en moeten we instappen. Ik kan nog net aan die aardige mevrouw en die jongen vragen of ik iets kan betalen voor de telefoontjes die we gepleegd hebben maar ze gebaren gelijk dat dit niet nodig is, belangrijkste is dat we veilig op ons logeeradres geraken.  En dat doen we dan uiteindelijk. We worden keurig netjes voor de deur gezet en de receptionist heeft onze sleutel al klaargelegd.  We zetten onze bagage in de kamer en gaan snel nog even naar de overkant om iets kleins te eten en natuurlijk ons goed aangekomen biertje te drinken.  Jammer van het geplande bezoek bij Bob maar wie weet komt er nog een andere keer.

 

Big City

En dan is het the morning after the day before en ontwaken we ongepland in Gua City of El Ciudad. Veel goeds wordt er hierover niet verteld voornamelijk op veiligheidsgebied en ik moet zeggen dat onze ervaring van de vorige avond ons niet echt heeft geholpen.  Ik lees nog wat in de Lonely Planet en samen met hetgeen we hebben gehoord van andere zeilers blijkt dat we hier in zone 10 wel in het veiligere gedeelte zitten. In de buurt zitten voornamelijk de grotere (zaken)hotels en is er een grote keuze in restaurants en vlakbij blijkt er ook een grote shopping mall te zijn. Het oudere gedeelte, wat we eigenlijk wel graag zouden zien, ligt in zone 1 en zou makkelijk bereikbaar moeten zijn met een taxi. Minpunt is wel dat het weer niet echt meezit, het is koud (voor ons dan toch, zo rond de 18 graden) en het regent. We kunnen dan in ieder geval wat musea bezoeken alleen horen we van de receptionist dat met het weekend van 1 november (het is vandaag 31 okt.) alles gesloten is wat je maar kunt bezoeken. Alleen de shopping malls zijn open. OK dan doen we maar eens zot, het wordt shop till you drop ! We bezoeken de Oakland Mall waar we zo naar toe kunnen wandelen een aantal blokken verderop. Moet zeggen wel een prachtig shopping center ook al hebben wij niet zo heel veel met die dingen. Je wordt weer eens geconfronteerd met hoe je er moet uitzien en wat je precies moet dragen. Voor ons een ver van ons bed show de laatste jaren. Maar we tikken wel een nieuwe bagagetas op de kop en een nieuwe rugzak, dus zo zie je maar elk nadeel heeft zijn voordeel. We komen ook terecht bij een heel lekkere bakkerij/taverne San Martin op 1 blok afstand van ons hotel.  Een echte aanrader, ’t is goed dat we hier maar 2 dagen zijn. We maken ook nog gebruik van de goeie wifi verbindingen om ons hotel te boeken in Antigua.  We komen ook nog een bevriende zeilster tegen die ons een telefoonnummer geeft van een taxichauffeur die zij altijd gebruikt als ze hier is en die haar ook naar Antigua rijdt. We bellen hem op, zijn naam is Luis en spreekt perfekt Engels. Hij heeft met zijn gezin 25 jaar in Canada gewoond en geniet nu van zijn pensioen in zijn thuisland. Hij geeft ons een mooi prijsje om naar Antigua te rijden en we maken een afspraak dat hij ons op zondag na de middag oppikt vanaf ons hotel. Zo kunnen we nog een lekker brunchke doen bij San Martin …

 

Geschiedenis en cultuur opsnuiven in koloniaal Antigua

Het ritje met Luis duurt anderhalf uur. Het is een interessante man met veel verhalen over zijn thuisland. Hij brengt ons keurig tot voor de deur van ons hotel La Dolce Vita. Marian, de jonge eigenaresse, staat ons al op te wachten. Het hotel heeft slechts drie kamers, 1 met eigen badkamer en 2 met gedeelde badkamer. We hebben geboekt voor 6 nachten en betalen voor de kamer met privé badkamer 175Q (+/- 17,50 euro per nacht). We worden aangenaam ontvangen en besluiten dat we een goeie keuze hebben gemaakt. Evenlater gaan we ons een beetje oriënteren in de buurt. Antigua is niet erg groot, alles is vrij dichtbij en de stad is handig ingedeeld in blokken waarbij de genummerde Calles van noord naar zuid lopen en de Avenidas van oost naar west. We hebben via Dirk en Anne alle nodige info voor onze trip uit hun Lonely Planet doorgemaild gekregen en laten kopiëren in Rio Dulce. Samen met het gedetailleerde stadsplan wat we van Marian hebben gekregen zijn we dus goed voorzien en zal er ons niks kunnen ontgaan.

Het doet ons deugd om weer eens in een stad te zijn met zo een geweldige historie. Het is hier ook heel erg mooi. Alle historische gebouwen zijn goed onderhouden en de straten zijn schoon. De voormalige hoofdstad, tot een aardbeving zowat de hele stad verwoestte en het Guatemala City werd, staat op de Unesco Erfgoedlijst sinds 1979.

Het zicht rondom de stad is ook erg spectaculair door de drie vulkanen, Agua, Acatenango en Fuego, die op de stad neerkijken.  Vanaf het Parque Central, een bruisende hot spot in het midden van de stad omringd door koloniale gebouwen, starten we bijna steeds onze dagelijkse ontdekkingstochten. Het is er ook zalig vertoeven op een bankje in de schaduw onder de bomen, je moet niet meer doen dan gewoon rondkijken.  

Alle dagen zijn we uren onderweg, we volgen de standswandeling die in de Lonely Planet staat vermeld, slenteren langs pleinen en door straatjes en bezoeken de plaatselijke markt met aangrenzende souvenirsmarkt. Ook al is het hier dan veel toeristischer dan in Rio Dulce toch blijven de mensen super vriendelijk en zijn ze zeker niet opdringerig. Uiteraard willen ze allemaal wat verkopen maar het gaat in zo’n gemoedelijke sfeer dat je uiteindelijk ook geregeld wel wat koopt.

We zijn op zondag aangekomen en voor dinsdag hebben we een uitstap geboekt naar de vulkaan Pacaya, een nog aktieve vulkaan op zo’n 25 km ten zuidoosten van de stad. Je hiket met een groepje ongeveer anderhalf uur naar boven, zo’n 400 meter hoogteverschil,  en dan kom je op de lava terecht waar het overal nog smeult en je marshmellows kan smelten. Er is ook een heuse Lava Store waar je Maya-sieraden kan kopen gesneden uit kokosnootschil en ingekleurd met lava. Je kan er je Maya protector laten opzoeken op basis van je geboortejaar en –dag  en als je wat koop gaat de opbrengst naar de community die getroffen is door de laatste uitbraak van de vulkaan in maart jongstleden.  Eén van de jongens heeft op zijn camera een filmpje van de uitbraak, een dag waarop je dit uitstapje beter niet had gepland.

Terug in Antigua komen we onverwachts bevriende zeilers tegen, Imke en Uli van Eiland, Duitsers die met hun schip ook in Monkey Bay Marina lagen toen we in mei arriveerden in de Rio. Daarna is de boot de werf opgegaan en zij naar Duitsland. Ze zijn nu terug en wilden eerst nog een aantal dagen in Antigua verblijven, it’s a small world. Daar moet natuurlijk op gedronken worden en we nemen de gratis shuttle van  Nim Po’t, een hal met talrijke souvenirs en Maya kleding, die ons naar hun finca brengt op een half uur rijden buiten de stad en waar een mooi terras is met prachtig uitzicht op de stad en vulkaan Agua. 

Eten en drinken doen we natuurlijk ook hier in Antigua. Er zijn talloze restaurants, al dan niet met live muziek in de avond, en zoals we dat steeds doen kijken we overdag wat rond, vragen al eens een menu en beslissen dan later waar we die avond gaan belanden. Het wordt een tacorestaurant, een Chinees, een Thai, een Indisch restaurant, een locaal allerleitje en eentje met live muziek. Wat hebben we het weer slecht …

De laatste twee dagen brengen we door met onze Zwitserse vrienden van de Red Harlekin, Erwin en Yrmina, die vanaf Lake Atitlàn naar ons hotel zijn gekomen. We wisselen wat info door, wij gaan immers van hieruit naar waar zij vandaan komen en zij hebben Antigua nog niet gezien.

We hebben absoluut niet het idee dat we met onze zes dagen te lang in deze stad zijn geweest. We hebben genoten en zouden hier zeker nog terugkomen als we weer eens in de buurt zijn.

 

San Marcos aan de rand van Lake Atitlàn

Onze volgende bestemming is het meer van Atitlàn, een door vulkanenerupties gevormd meer doordat de aardkorst instortte en het ontstane gat zich vulde met water. Het meer is 8 km langvan noord naar zuid en18 km breed van oost naar west enheeft een gemiddelde diepte van 300 meter. Alhoewel, het water is sinds 2009 regelmatig gestegen, zo’n vijf of zes meter tot nu toe waardoor verschillende huizen aan de kant gedeeltelijk of volledig onder water staan en uiteraard verlaten moesten worden. De grootste stad vlakbij het meer is Panajachel maar die kiezen we niet om te verblijven. We willen graag in een kleiner dorpje vlak aan de rand van het meer. We kiezen, op aanraden van Red Harlekin, voor San Marcos la Laguna, gelegen westelijk van Panajachel aan de noordrand. De shuttle vanuit Antigua brengt ons in  ongeveer drie uur naar de ‘hoofdstraat’ van San Marcos van waaruit we een klein met kinderkoppen bezaaid steegje naar beneden moeten lopen tot bijna aan het meer en dan rechtsaf nog een kleiner steegje in waar ons hostal San Marcos zich bevindt. Allemaal makkelijk te vinden en nog makkelijker wordt het als een plaatselijk jongetje aanbiedt onze bagage te dragen en ons naar het hostal te brengen.  Zoals altijd met dat soort mannekes is het een serieus preutje die een paar woorden Engels spreekt en dat graag wil laten horen. De 10Q (ongeveer 1 euro) die ik hem geef als we bij het hostal zijn aangekomen pakt hij gretig aan, blijft nog wat ronddralen en vraagt of ik er niet nog 10Q bij kan doen. Ik zei ik wist het dat je dat ging vragen en beloofde hem dat als we vertrokken hij weer van de partij mocht zijn om dan zijn andere 10Q op te halen.  Met een glimlach van oor tot oor en nog een knipoog zo van, goe geprobeerd maar met die moet ik niet sollen.

Het hostal en het restaurant Fe in het dorp, waar je ontbijt wordt geserveerd, is eigendom van een Brit, Paul die ongeveer 8 jaar geleden hier verzeild is geraakt nadat hij al zijn geld was verloren in Spanje met de crisis in de bouw. Hij zocht een plek waar hij dit soort zaken kon opbouwen met niet te veel geld en het is dus Guatemala geworden. Het hostal wordt gerund door Carlos en Angela en hij zelf is vanaf de late voormiddag steeds in Fe te vinden en hij is ook de kok daar. 

Onze reservering blijkt wel te zijn doorgekomen maar ze hebben er toch wel een potje van gemaakt zeggen ze zelf. Onze kamer met badkamer is niet vrij (wel vanaf morgen) maar we krijgen een complete dorm voor ons alleen als compensatie. Is wel een beetje raar want daardoor missen ze natuurlijk een aantal bedden die ze nog aan backpackers zouden kunnen verhuren maar ok, dat is wat ze hebben beslist, èn het is natuurlijk maar voor 1 nacht. We betalen daar trouwens 120Q (12 euro) per nacht inclusief ontbijt. In het hostal zelf kan je ook eten, ze staan bekend voor hun pizza’s en we besluiten om die dan maar direkt aan een smaaktest te onderwerpen. En ik moet zeggen dat ze deze moeiteloos doorstaan.

De volgende ochtend gaan we voor ons eerste ontbijt naar Fe en we zien ook gelijk een beetje beter hoe het er hier uitziet in het daglicht. Als we op het ‘hoofdvoetpad’ komen en we naar rechts lopen komen we na vijftig meter gelijk bij het meer. Een adembenemend uitzicht, de zon die net is opgekomen en net boven de rondom liggende vulkanen schijnt.  Ook zien we gelijk de steiger waar de lancha’s aankomen die je naar andere plaatsen kunnen vervoeren.  

Even later maken we kennis met Paul, de sympathieke Britse eigenaar van Hostal San Marcos en Restaurant Fe. Hij staat bekend als een gourmet kok die fantastische gerechten verzorgt aan budget prijzen. We weten van Red Harlekin dat dit niet overdreven is. Het ontbijt is al een serieuze voltreffer. Je kan er kiezen tussen eieren (bereid naar keuze) met zelfgebakken brood, pancakes of havermoutpap met fruit, vergezeld van koffie of thee. En als je denkt dat omdat het inbegrepen is in die 12 euro het een dwergenportie is, dan ben je al helemaal verkeerd want het is zelfs van die aard dat je ’s middags alvast niks of niet veel meer moet eten om tot ’s avonds toe te komen. Stiekem kijken we al even in het menu want ja eten en drinken is toch belangrijk hè, zeker als je op vakantie bent en je dus zelf niet moet koken of boodschappen doen.

Het is zondag dus heel erg rustig in het dorp. San Marcos staat bekend als een rustoord voor new agers. Overal zie je plaatsen waar je kan mediteren en yoga kan volgen en allerlei cursussen kan volgen. Niet echt iets wat wij willen doen maar het maakt wel dat er een vredige hippie-achtige sfeer hangt die ons wel aanstaat. Peace man !

In de namiddag pakken we de lancha naar San Pedro la Laguna, een wat groter dorp, waar we ons wat gaan informeren over de hike die we willen gaan doen naar de San Pedro vulkaan. We lopen het hele dorp rond, inderdaad groter dan San Marcos met heel veel kleine straatjes en steegjes. We drinken ergens een capuccino waarna Hans zijn hoed daar laat liggen en we terug moeten, en wie komen we daar tegen … Uli en Imke die we ook al op het lijf liepen in Antigua. Ze staan op het punt om aan hun paardrijtrip te beginnen dus er is niet veel tijd hier, tot in de Rio Dulce dan maar. Die small world hè.

In de late namiddag gaan we met de lancha terug naar San Marcos, we zijn ondertussen al naar onze kamer verhuisd, en maken ons klaar voor het eerste diner bij Fe. Ik ga niet te veel details uit de doeken doen, ’t is hier immers geen culinaire website, maar alles wat je op je bord krijgt is tongstrelend en heel speciaal. En dan die prijzen ! En ook belangrijk, alles is vers, Paul bezoekt elke dag de markt in San Pedro en komt dan met tassen vol groeten, fruit, vlees, kip en vis terug. Dus geen twijfel mogelijk, als je hier ooit komt, eet dan bij Fe !

Met al dat goeie eten en drinken moet er natuurlijk ook bewogen worden. We boeken via Paul twee aktiviteiten :  paardrijden vanuit San Pedro la Laguna naar de Mirador en de hike naar de San Pedro vulkaan. Een hike die te boek staat als zeer pittig, je loopt ongeveer 3,5 uur alleen maar naar boven (iets meer dan 600 m hoogteverschil wordt overbrugd) maar moet dan beloond worden met een prachtig uitzicht. We zijn benieuwd.

Maandagnamiddag dus te paard eerst door de smalle straatjes van San Pedro en dan het tweede gedeelte door de natuur omhoog naar de Mirador (vaak gebruikt om een kleine verhoging met een al dan niet mooi uitzicht te benoemen).  De paarden zijn zoals gewoonlijk vrij goed opgevoed, ze blijven mooi achter mekaar maar reageren helaas ook niet echt op wat aanporren van hun berijders. Het gaat dus in een wandeltempo met sporadisch gedraf naar het uitzichtpunt. Geen spectaculair gebeuren maar ach je moet wat doen.  We zijn met drie + de gids en de andere toerist komt uit Israel en dat maakt dat we onderweg wel wat interessante gespreksonderwerpen kunnen aanboren. Zo leer je nog eens wat van bovenop een paard. Na een uur of vier zijn we weer terug in het dorp en zijn we net op tijd voor de op 1 na laatste lancha naar San Marcos. De volgende dag staat de hike op het programma dus bij Fe een ferme linguine (vers) Carbonara en een bescheiden pint en op tijd ons bed in. ’s Nachts stroomt de regen naar beneden en vragen ons zelfs even af of het wel allemaal kan doorgaan maar ’s ochtends schijnt de zon al weer dus na een vroeg ontbijt (Paul opent speciaal voor ons)  van havermoutpap met stukjes banaan hebben we de indruk dat we er klaar voor zijn. Met de lancha naar San Pedro en naar Casa Verde, het burootje waar Paul mee samenwerkt. De gids haalt ons daar op en samen nemen we de tuctuc die ons naar de ingang van het nationale park brengt. We waren eerst van plan dit zelf te doen en dan een gids te zoeken bij de ingang van het park maar dat scheen toch niet zo’n goed idee. Omdat er niet zo heel veel mensen deze hike doen zijn de gidsen dus ook niet zo maar ter beschikking. En zonder gids is al helemaal geen optie want dat is te gevaarlijk. Het is wel een nationaal park maar zoals we onderweg zullen zien, lopen er veel Guatemalteken rond die bv.avocado’s gaan plukken of maïs oogsten of hout gaan sprokkelen maar ook lieden die minder leuke plannen hebben. Halverwege komen we immers een jong koppel tegen uit Spanje die een aantal uur daarvoor zijn overvallen door 2 jongens met een machete en een revolveren die zijn al hun centen kwijt. Je vraagt je dan af wat maakt het voor ons veiliger omdat we nu toevallig een gids bijhebben, wel onze Salvador die zegt dat zij zowat iedereen kennen en dat deze lieden dit dan niet durven uit schrik om herkend te worden. Ook loopt de toeristenpolitie rond op de berghelling maar die kunnen natuurlijk niet overal tegelijk zijn. Enfin, wij zitten goed met onze Salvador.  Het eerste stuk zijn we met z’n drieën maar na een uur bij de eerste stop waar je alvast al een mooi uitzicht hebt, krijgen we gezelschap van een jong koppel Spanjaarden die eerst met een andere gids samen met haar moeder naar boven gingen maar de moeder heeft het moeten opgeven. Dat belooft … We blijven niet lang hangen want we willen graag ten laatste rond de middag boven zijn want zo na 13u komt de mist opzetten op de top. We zijn rond half 9 vertrokken dus dat zou moeten lukken. Het pad gaat steil tot heel steil naar boven zodat we toch wel regelmatig naar adem moeten happen maar we hebben geen noemenswaardige problemen. Alleen is het wel zo dat het hoe hoger we komen, het pad wel heel erg glad wordt door de regen die vannacht is gevallen. Ik heb al mijn bedenkingen voor het afdalen, mijn wandelboots zijn niet meer in topconditie, toch zeker de zolen niet. Maar dat is voor later, voorlopig is er maar 1 weg en die is omhoog. Na 2,5 uur (onze gids is wel heel erg trots) komen we op de top waar een nog een ander groepje van een man of vijf al van het uitzicht zit te genieten terwijl ze wat eten en drinken. Wij doen hetzelfde, maken de nodige foto’s, eten en drinken wat en kijken moe maar voldaan in de rondte. Het is hard werken maar helemaal de moeite waard. Na een dik half uur wordt het tijd om de terugtocht aan te vangen. Ikgeef aan bij Salvador dat ik al geen al te gedurfde daler ben en zeker niet met dit gladde pad. We spreken af dat de Spanjaarden zeker niet moeten wachten, het andere groepje met alleen maar jonge sprinkhanen vertrekt net voor ons en daar kunnen ze bij aansluiten. Dan heb ik in ieder geval niet het idee dat ik word opgejaagd. En dat is maar goed ook. Zoals verwacht is het spekglad, de mist is hier en daar al komen opzetten en maakt alles alleen maar drassiger en gladder. Ik schuif op het eerste gedeelte dan ook een viertal keren onderuit gelukkig zonder blessures. We doen wel heel rustig aan wat maakt dat we bijna drie uur over de afdaling doen. Weet niet of de Salvador nu nog zo blij is met ons … Wanneer we weer bij de ingang van het park komen wordt de tuctuc weer gebeld die ons terug brengt bij Casa Verde waar we even naar binnen gaan om te laten weten dat we veilig terug zijn en dat het een hele mooie tocht was en Salvador een goeie gids (zo heeft de man misschien nog wel wat extra werk de komende tijd). We drinken nog even een kopje koffie in San Pedro en nemen dan de lancha terug naar San Marcos. We passeren even bij Paul om te laten weten dat we er geraakt zijn op de top en terug ook. Hij belooft ons vanavond een speciaal dinertje te koken dat hebben we wel verdiend meent hij.  Het wordt een super tapas diner naar aanleiding van het feit dat hij het komende weekeinde vlak over de deur een wijn- en tapasbar gaat beginnen en even wil laten proeven  wat hij daar wil gaan serveren. Het is allemaal overheerlijk en doet ons beseffen dat we hier gelukkig geen twee weken blijven want dan kunnen we geen enkele berg meer op door de extra kilo’s !

De volgende dag nemen we een soort van rustdag, we slenteren wat rond en rondom San Marcos (niet te ver weg want dat zou ook niet veilig zijn), lezen wat op het internet en brengen een laatste bezoek aan Fe en Paul. We zijn op zondagavond gearriveerd en zijn dus vier nachten gebleven, voor ons in ieder geval voldoende om een goeie indruk te krijgen van deze streek.

 

Van San Marcos naar Flores met hindernissen

Op donderdag staat er dan een serieuze reis te wachten. Om half vijf uur ’s ochtends moeten we ons melden aan de ingang van het dorp. Ja een heuse slagboom die dicht is tot 6u en geen verkeer doorlaat. Door de pikdonkere steegjes, gelukkig zijn we goed voorzien van onze koplampjes, lopen we tot op de hoofdstraat en wat verderop tot aan de slagboom.  De slaperige militair komt al uit zijn hokje wanneer hij wat honden in de buurt hoort blaffen. We zeggen dat we hier worden opgehaald, hij groet ons en kruipt terug zijn veldbed in.  Stipt op tijd komt de tuctuc eraan gereden die ons vervolgens naar de shuttle bus opstapplaats in San Juan brengt, 20 min.verderop. Even later worden we opgepikt en gaan op weg naar Antigua. Daar moeten we dan weer overstappen op een andere shuttle bus die ons naar Guatemala City brengt en daar staat dan een grotere bus te wachten die naar Flores rijdt. Tot Antigua verloopt alles vlekkeloos maar dan komen de poppen aan het dansen. Om van de ene shuttle in de andere te stappen moeten we ons even melden bij een burootje wat die switch zou verzorgen. Net voor we instappen richting Gua City roept de verantwoordelijke persoon mij aan zijn bureau en vertelt dat er manifestaties zijn in El Ciudad en dat de kans erin zit dat we de Linea Dorada bus (de meest luxueuze bus op het traject Gua City-Flores) van 11 u niet meer halen maar dat we dan naar de terminal van Maya del Oro zullen worden gebracht en dat we dan die bus van 14 u kunnen nemen (zelfde luxe volgens die gangster). Niks aan te doen, we zien wel, dit is reizen in Centraal Amerika. Onderweg naar de city ondervinden we wel dat dit alles weliswaar zo is gepland en daarbij voelen we ons niet goed. Er kan met dat soort dingen vanalles misgaan en manifesteren doen ze daar zowat elke dag maar dit is anders. De shuttle bus zit vol, zo’n 15 personen, die allemaal ergens anders naartoe moeten worden gebracht, onderweg nog pakketjes opgehaald en ook nog andere passagiers wanneer de eersten al zijn afgedropt aan de luchthaven. Resultaat te laat voor de Linea Dorada bus en terug in zone 9 bij de terminal van Maya del Oro (de luxe versie van de Fuente del Norte), de chauffeur koopt andere tickets voor ons wat degene die we hebben zijn natuurlijk niets meer waard en dan zien we dat die natuurlijk veel goedkoper zijn dus zoals al gedacht, we zijn serieus opgelicht. Het is dan ook nog maar eens half twaalf dus we moeten daar 2,5 u wachten in een aftandse terminal in een buurt waar de mensen rondom ons zeggen dat we zeker niet te veel moeten rondlopen. We hebben wel wat met die zone 9 blijkbaar.

Hans blijft bij de bagage zitten en ik loop toch wel even de straat uit naar de overkant om wat te drinken te kopen en wat koekjes, meer is er niet te vinden in de kleine tienda. Het wachten gaat redelijk goed vooruit en de bus die eraan komt ziet er wel goed uit. Het is een dubbeldekker waarvan het gelijkvloers een klein gedeelte een soort van business class is en de rest bagageruimte. Boven ziet het er ook nog wel goed uit maar ik vraag aan de chauffeur wat ik extra moet betalen en dat blijkt maar 4 euro per persoon te zijn dus even later zitten we zwaar luxueus in de business class. Ik zei het toch al, elk nadeel heeft zijn voordeel …

De bus vertrekt stipt om 14u en zou dus rond 22 u in Santa Elena moeten zijn. Ik heb ondertussen ons hotel al gebeld zodat ze zeker kunnen zijn dat we nog komen maar laat. No problemo, gewoon aanbellen en we doen wel open. 

Wie we ook verwittigen zijn onze belgische vrienden van de Windsong, Walter en Mary Lou, die we nog niet zo lang geleden leerden kennen in de Rio. We spraken af voor we vertrokken dat het misschien leuk zou zijn om het laatste gedeelte van onze trip samen te doen en mekaar onderweg te treffen. Mary Lou zit vlakbij Flores voor een week Spaanse les en Walter zou haar vandaag treffen in Flores. Ik heb ook voor hen een kamer geboekt dus zij kunnen ook nog even de hoteleigenaren verwittigen van onze vertraging.  Uiteindelijk zijn we pas rond 23u in Santa Elena. Na een uur rijden waren er problemen met 1 van de wielen. Onze multifunctionele chauffeur moest zijn overall aantrekken en onder de bus kruipen om het voorwiel te herstellen. Dit ging met redelijk veel gehamer gepaard maar we zijn het onderweg in ieder geval niet verloren … Dat heeft ons toch weer een klein uurtje extra gekost, er was een gedeelte wat ook heel erg druk was qua verkeer en dan het laatste gedeelte was pikkedonker en de weg zat vol gaten dus het ging langzaamaan. Bij het uitstappen stond er al gelijk een groep taxichauffeurs zich aan te bieden en binnen de 10 minuten zaten we met bagage in de taxi en zo’n vijf minuten later stonden we al voor ons hotel. Even aanbellen en ja hoor, de deur ging open en we werden op dit late uur nog hartelijk ontvangen door de eigenaar. Hij wist ons te vertellen dat onze vrienden goed waren aangekomen en waarschijnlijk al wel in dromenland waren. En dat heeft bij ons ook niet lang geduurd …

 

Flores en Tikal

Na een zalige nachtrust staan we toch niet al te laat op zodat we samen met Mary Lou en Walter kunnen ontbijten. We vragen ons af in welke kamer ze zouden zitten (ben ik natuurlijk vergeten te vragen gisterenavond) maar we gaan eerst even op ons balkon het uitzicht bewonderen. En wie staat er op het balkon naast ons ? Juist !

Ons hotel La Union (15 euro per nacht) kijkt uit op het meer, het Lago de Petèn Itza en geeft ons een beetje een mediterraan gevoel. Flores is dè uitvalbasis voor een bezoek aan de Maya site van Tikal. Na het ontbijt lopen we door het stadje en steken alvast hier en daar ons licht op om onze tour voor de volgende dag te boeken. Uiteindelijk reserveren we via de receptie van het hotel. We opteren niet voor de zonsop- of-ondergang maar voor een bezoek na de middag.

De rest van de dag lopen we wat rond in Flores, je hebt het daar al wel gauw gezien en amuseren ons voor de rest om goed wat bij te babbelen, wat terraskes te doen en de innerlijke mens te versterken.

De volgende dag staat dus het bezoek aan Tikal gepland. Het busje haalt ons om half 2 op en anderhalf uur later, even voor de ingang pikken we nog onze gids Manuel op. Manuel is een Maya van 25 jaar die hier in het park een souvenirstalletje had maar die sinds een jaar of twee het gidswerk heeft opgepakt. Tikal is 1 van de drie grote Maya sites in Centraal Amerika, samen met Chichen Itza in Mexico en Copàn in Honduras (bezocht met Dirk & Anne in juni). Tikal staat bekend om zijn steile tempels die hoog boven de jungle uitsteken, sommigen wel 44 m hoog, om zo het zonlicht op te vangen. De Maya’s vestigden zich hier in 700 VC. Het grondgebied ligt op een kleine heuvel die een handig verhoog vormde voor het rondomliggende moerasgebied. Speciaal aan deze site is dat het midden in de jungle ligt. De plaza’s en het gebied rondom de tempels zijn ontdaan van bomen en struiken maar tussenin loop je dus dwars door het regenwoud. Manuel loodst ons tussen eeuwenoude bomen waarin groepen brulapen huizen en terwijl je wandelt hoor je een kakafonie van papegaaien, toekans en andere inheemse vogels. Ook de boomkikkers laten regelmatig van zich horen. Plots kom je dan op een open terrein en sta je vlakbij een tempel. Een imposante site en volledig verschillend van die van Copàn die we eerder bezochten. Enkele tempels mag je beklimmen langs de originele treden, bij anderen is dan weer een houten trap langszij gebouwd voor de toeristen omdat er al eerder dodelijke ongelukken zijn gebeurd van mensen die naar beneden zijn gevallen. De originele treden zijn hoog en je moet inderdaad goed uitkijken waar je je voeten neerzet, zeker in het dalen. 

Manuel bewijst zich een goeie gids door zijn gedetailleerde uitleg en zijn grapjes tussendoor maar mee de tempels op dat doet hij niet. Heb helaas geen foto van hem maar dan zou je gelijk weten waarom hij liever beneden blijft. Wel gemakkelijk om onze rugzakken bij hem achter te laten trouwens. Loopt toch wat makkelijker naar boven.  Het moment van de zonsondergang maken we nog wel mee omdat we dan nog steeds op de central plaza zijn maar de bewolking gooit roet in het eten. Voor ons maakt dat niet veel uit maar de toeristen ter plekke die hiervoor extra moesten betalen balen waarschijnlijk wel. In het pikkedonker lopen we het laatste stuk door de jungle met de zaklamp van Manuel en bij de ingang staat ons busje weer te wachten. Rond half 8 zijn we terug in Flores en kunnen onze voetjes weer onder de tafel.

 

Terugkeer naar Rio Dulce

Na 2,5 week rondreizen is het weer tijd om de bus terug te nemen naar Fronteras, de Rio Dulce en de Baros. De hele trip was wat ons betreft een schot in de roos. Jammer natuurlijk van het El Salvador verhaal maar volgende keer gebeurt ons dat niet meer. We hebben genoten van het gedeelte van dit mooie Guatemala met (ja ik blijf het maar herhalen) zijn kleurrijke en super vriendelijke bevolking. Het reizen met bussen, busjes en tuctucs is gemakkelijk en vrij comfortabel. Uiteraard gaat niet alles stipt op tijd en stond maar hey dat is Latijns Amerika en ook dat heeft zijn charmes. Je hoeft ook niet veel geld uit te geven om je te verplaatsen, ergens te logeren en de plaatselijke horeca is lekker en goedkoop. Zeker een vakantiebestemming om over na te denken.

 

Vijf maanden Rio Dulce !

Time flies when you’re having fun … zo ook hier in Guatemala. Vijf maanden geleden alweer kwamen we de rivier op en maakten we de touwen vast bij Monkey Bay Marina.  Een tijd waarin er eigenlijk best wel veel is gebeurd. Veel werk aan de boot, een aantal dingen voor ons comfort, een aantal dingen die onontbeerlijk zijn om goed en veilig weg te kunnen zeilen. Het meeste van die zaken is gebeurd terwijl we in onze marina lagen,  laswerken zijn gedaan vanuit een andere marina (die vanaf de straat bereikbaar is ivm de lasapparatuur en het grote frame wat moest gebouwd worden) en de Baros is ook nog eens twee weken uit het water geweest bij RAM Marina om het onderwaterschip te laten behandelen en nog wat onverwachte dingen te laten repareren.

Dan is er natuurlijk ook nog onze welbekende klussenlijst die altijd wel doorloopt maar waarvan toch weer een aantal dingen kunnen afgestreept worden.

Doorheen deze hele periode loopt ook nog de gebitsreparatie bij mij (Linda).  Eindelijk kon ik de vermaledijde kroon die steeds uit mijn mond viel omdat de wortel was gebroken en dus geen support meer gaf laten vervangen door een brug. Ik kwam daarvoor terecht bij tandarts Sonja in Morales. Zij heeft me heel goed en professioneel geholpen en dit alles voor een vierde van de prijs die mij het in België zou gekost hebben.  Het ziet er in eerste instantie misschien allemaal nogal sjofel uit qua locatie, en ja er liggen drie patiënten in dezelfde ruimte die tegelijkertijd worden behandeld door diverse tandartsen en/of assistentes en de TV staat aan met keiharde muziek en de bijhorende videoclips maar het resultaat mag er wezen. Ik zou zeggen, bij tandproblemen in de Rio Dulce, allen daarheen !

Gelukkig doen we tussentijds ook nog hele leuke dingen. We spreken regelmatig af om wat te gaan drinken en eten met een aantal van de bevriende zeilers die zich hier ook gesetteld hebben. Heel vaak met onze Zwitserse vrienden van de Red Harlekin, Erwin en Yrmina maar ook met de vaste club Hollanders van de Betty Boop, Ad en Marianne en de Unwind met Niels en Margret. En wonder boven wonder, eindelijk zijn er ook eens wat aangename Belgen in dit gebied dus die mogen natuurlijk niet ontbreken (en zeker niet als er wat gedronken moet worden …). Heel aangenaam vertoeven is het met Walter en Marie-Lou van de Windsong, Sigrid van de Lucky Bitch en Rik van de Masquenada. En niet te vergeten Rien en Petra van de Double Trouble die het levende bewijs zijn van een geslaagde Duitse/Nederlandse combi.

We gaan ook nog altijd met een serieuze regelmaat wat hardlopen vroeg in de ochtend dus als iemand zich mocht  afvragen hoe het met onze conditie zit, hoeft die zich in ieder geval geen zorgen te maken,  we staan er nog altijd goed voor …

Ook hebben we nog eens wat gehiked met Erwin en Yrmina op het grondgebied van één van de marina’s hier, Hacienda Tijax, een echte aanrader, kortbij, mooi gebied en als apotheose na de klim naar de toren een prachtig uitzicht over de Rio.  We brachten met ons viertjes een bezoek aan Finca Paraiso een paradijselijk plekje middenin de jungle met warmwaterval en aan de overkant van de weg na een half uurtje wandelen een super locaal restaurantje aan de voet van Lago Izabal.

Een leuke dagtrip en een mooi tussendoortje tijdens al het harde werken.

 Uitendelijk hebben we dan onze centen nog eens geteld en gelukkig is er nog wel wat over om wat meer van dit prachtige land te kunnen bekijken.  Onze welverdiende vakantie kan beginnen !

 

Bezoek Dirk en Anne

Vrijdag 20 juni 2014

De ferry vertrekt vanuit Punta Gorda, Belize met ongeveer 40 minuten vertraging, naar Centraal-Amerikaanse normen quasi stipt op tijd. Na een drukke periode op het labo voor Anne en het einde van mijn (laatste) schooljaar, altijd al een beetje een krankzinnige periode, hebben we enkele rustige dagen doorgebracht in Belize, aan het strand in Placencia. Maar vandaag zijn we op weg naar onze tweede bestemming, Guatemala, waar we – hopelijk – door Linda en Hans van de Baros worden verwacht.

Na 50 minuten hard bonken op het water van de Golf van Honduras is het zover: Livingston, Guatemala. En ja, kapitein en eerste matroos staan ons al op te wachten, in wat ik denk dat neutraal terrein tussen de twee landen moet zijn, enkel bedoeld voor immigratie en douaneformaliteiten. Maar dat is ook alweer zonder de soepele Latijnse wetgeving gerekend. Immigratie kan nog even wachten en kan dan in een kantoortje even verder op de straat.  Buenos dias, vriendelijk glimlachen en de stempel in ons paspoort. Geen verrassing dat Livingston een droom is voor smokkelaars in deze regio. En dus ook geen verrassing dat Linda en Hans letterlijk op het aankomstdock van de ferry staan, fototoestel in aanslag. Het is drie jaar geleden intussen  toen zij de zomer bij ons in Fort Collins hebben doorgebracht. Tijd vliegt en skype doet dat soms vergeten, maar nu voelt het toch echt aan als drie jaar, 1095 dagen – te lang zonder familie. Ze zien er goed uit, Linda en Hans, zoals het te verwachten is van eeuwige vakantiegangers.

Na een welkomstdrank (ik herinner me niet of ze ons getrakteerd hebben – dat had in elk geval wel gemogen) is het tijd om op te schieten  want we moeten nog ongeveer 20 km via de Rio Dulce landinwaarts, per lancha, een gemotoriseerde sloep, tot aan Monkey Bay Marina  waar we de komende dagen gaan doorbrengen. De rivier is breder dan ik me had voorgesteld en aan weerszijden torent een muur van jungle op, 50 shades of green. Geen wegen lopen vanaf dit korte stukje Caraïbische kust richting binnenland en de Rio is dus de enige transportroute voor mensen en goederen.  Enkele uren later zijn we er dan en ook met de Baros is het een prettig weerzien. Ik voel me er dadelijk thuis. We zijn hier en voor lang!

De Marina heeft een Duitse eigenaar maar wordt gemanaged door een Amerikaan, John,  en er woont ook een locale familie die het onderhoud en het schoonmaken van de boten verzorgt, een soort conciërge eigenlijk.  Een steiger leidt van de boten (er zijn er een stuk of 25maar de meeste liggen er onbewoond bij) naar een centraal blok met was- en douchefaciliteiten, eenpalapa (een grootrieten afdak) met keuken, eettafel en eenaantal zetels en sofa’s (voor wanneer het leven van zalig nietsdoen je plots tevee wordt en je een rustpauze wil inlassen). Kadootjes worden uitgedeeld en goed bevonden en tijdens de komende dagen zal er door ons vier vooral eindeloos gebabbeld worden, een soort manischratelen, met honderd-en-één nieuwtjes om de voorbije drie jaar in te halen.

 

Zaterdag 21 – maandag 23 juni 2014

De drie volgende dagen maken we echte – wat ik zou noemen – “zeilersdagen” mee. Zeilersdagen aan land weliswaar. Veel wordt er niet uitgevoerd, behalve tateren, eten, drinken (het is hier wel tropisch warm hè kritikasters!) en tateren (of had ik dat al gezegd?). O ja, we gaan ook inkopen doen in Rio Dulce, een dinghy-ritje van ongeveer 15 minuten.  Het dorpje heette vroeger Fronteras omdat het op de grens (de rivier) lag tussen Guatemala en Honduras.  Maar toen die grens, na een gewapend conflict tussen de twee landen een eind oostwaarts opschoof, werd het dorp herdoopt en vernoemd naar de rivier. Zwaar vrachtwagenvervoer worstelt zich door de smalle hoofdstraat van het dorp, rakelings langs winkeltjes en shoppers en raast daarnaeen immense brug over op weg naar Guatemala City. Bienvenido in Rio

 Dulce, een heksenketel ! Linda en Hans hebben er wel al een solide network van plaatselijke leveranciers ontwikkeld : groenten en fruit, kaas, eieren, kip, salami alles heeft zijn vaste locatie en overal worden ze begroet alsof ze lang verloren vrienden zijn. Ook hebben ze inmiddels een stamkroeg (wat een verrassing!), het Sundog Café, waar – het kan niet meer kapot – Stella, Leffe en Hoegaarden wordt geschonken.  België zendt zijn zonen én zijn bieren uit.

Op zondag is hèt evenement van de dag de wereldbekerwijdstrijd België – Rusland, die de Belgen met 2-1 winnen. Ik voel me redelijk tevreden – toch niet zo’n grote patriot als ik dacht misschien ? – maar het sloganeske “En alle Russen kunnen ze kussen!” borrelt toch ergens in mijn achterhoofd op. 

Op maandag is het dan de beurt aan Nederland voor hun wedstrijd in de voorronde waarvoor ik zelfs, onder zachte dwang van de kapitein van de Baros, een oranje T-shirt heb aangetrokken. Ben al even vergeten tegen wie ze speelden, wat de uitslag was en of het spannend of oogstrelend voetbal was maar winnen hebben  ‘de Ollanders’ wel gedaan. Hansiepansie tevreden ! Had ik trouwens al vermeld dat we af en toe ook iets moesten drinken ? Iets fris, tegen de hitte en dat we ook veel gebabbeld hebben ?

 

Dinsdag 24 juni 2014

Na drie dagen van dattum (ik zou het wel gewoon worden) is het vandaag dag van vertrek vanop de Baros maar nog geen afscheid van Linda en Hans. Die hebben immers beslist ons te vergezellen op onze zij-uitstap naar Copán, Honduras,  één van de drie grote Maya-sites in Centraal-Amerika, naast Chichen Itza in Mexico en Tikal in Guatemala. Hoewel het over een afstand van slechts een goeie 250 km gaat, duurt de reis per bus en minibus een hele dag, van 9 uur ‘s morgens tot ongeveer 4 uur ‘s namiddags.  (Hans, die ooit eens berekend heeft hoeveel kilometers hij professioneel heeft afgelegd - 37 miljard, als ik me niet vergis – kijkt er niet naar uit maar hij blijft toch flink).  Zelfs de eerste helft van de trip, die langs de Panamericana gaat,  toch de grootste snelweg van het hele continent, verloopt traag: het is maar een tweebaansweg met voortdurend bochten en lange steile helllingen en het snellere verkeer wordt er opgehouden door vrachtwagens die traag omhoog kruipen.  Wanneer we van de Panamericana afslaan wordt het verkeer rustiger maar de weg (nog) smaller en blijkt het wegdek versierd met diepe putten.  Op 40 km van de grens moeten we dan overstappen in een minibusje – een collectivo. Om de 200 meter worden er passagiers pogepikt of afgezet en tussen elke stop in trekt de chauffeur op als een Formule 1 piloot. We razen door piepkleine dorpjes, remmen als gek, trekken weer op en plots zijn we dan aan de grens  waar 18-wielers in een eindeloze rij schijnbaar doelloos staan te wachten op douanecontrole. Voor ons verloopt de ‘Guatemala uit – Honduras in’ procedure zo goed als vlekkeloos maar het moet natuurlijk overal wat kosten : enkele quetzals hier, wat lempiras daar … Het dorp Copán ligt ongeveer 10 km verderop. Eerste indruk : wat rommelig, nauwe straatjes met enkelbrekende kasseien, enkele steile hellingen en in het centrum een klein maar levendig Parque Central.  We vinden er een hotelletjevoor de komende paar nachten en daarna stort de Baros crew zich in de Cuba Libres.

 

Woensdag 25 juni 2014

Ter voorbereiding van wat straks een drukke toeristische dag moet worden, slaagt Hans er nog eerst in de wasbak uit de muur van zijn hotelbadkamer te rukken waarna in allerijl Linda wordt uitgestuurd  om de conciërge te vinden terwijl zij zich koortsachtig het Spaanse jargon van het sanitair en de loodgieterij probeert voor de geest te halen. No hay problema.

Wanneer we om 9 uur aan de site van de Maya’s aankomen,  lijkt de plek wel verlaten. Dat geeft ons alle tijd en ruimte om ongehinderd tussen de imposante tempelruïnes door te lopen en  alle informatie erover in ons op te nemen.  Het geheel is misschien minder imposant dan de twee eerder vermelde plaatsen,  maar het blijft indrukwekkend genoeg ook omwille van de tientallen stelae (rechtopstaande stenen waarop tekst en tekeningen gegraveerd zijn) die staan opgesteld rond de grote open ruimtes tussen de tempels.  Het Museo de Escultura dat aan de site is verbonden,  is niet heel groot maar huist een reeks prachtige stukken. We voelen ons na een dag cultuur alweer heel wat slimmer  en dat wil wat zeggen!

 

Donderdag 26 juni 2014

Dag van het echte afscheid.  Terwijl Linda en Hans nog enkele extra dagen in Honduras  gaan blijven,  maken Anne en ik ons op voor de terugkeer naar  Guatemala en nog twee weken verder reizen daar. We gaan nog iets drinken (die dekselse tropische hitte met hoge vochtigheidsgraad!)  en om 12 uur  ‘s middags is het dan zover.  We kussen en huggen.  Het was weer fantastisch en met een gastvrouw en gastheer als Linda en Hans kan dat niet anders.  Onze minibus rijdt langzaam Copán uit.  Het ga jullie goed  Baros en crew.  Bedanktvoor de ontvangst.  We wuiven nog eens. Voor hoelang alweer…?

 

Anne & Dirk

 

Werken in uitvoering

Ondertussen hebben we al serieus wat vooruitgang gemaakt met het organiseren van onze geplande werkzaamheden.

Als eerste hebben we een afspraak gemaakt met Hector de man die alle canvaswerk gaat uitvoeren. Hij komt zoals afgesproken en vrijwel op de afgesproken tijd bij ons langs. Dit is de eerste keer dat mijn Spaans danig op de proef wordt gesteld want onze amigo spreekt geen woord Engels. We nemen eerst de lijst met hem door van hetgeen we graag zouden doen en dan kan hij aan de slag met zijn blocnote en lintmeter om de offerte voor te bereiden. Hij stelt hier en daar nog een vraag (de juiste !) en we hebben al gauw door dat hij weet waar hij mee bezig is. Hij heeft ook allerlei staaltjes bij van de materialen waar hij mee werkt en op het eind heeft hij zelfs alle prijzen al klaar op een rijtje. Zoals steeds hebben we van tevoren gezegd dat wij niet van het marchanderen zijn maar dat we gelijk een goeie prijs willen.  Wij houden er nl. niet van dat er een hoge prijs wordt ingezet en dat je nadien moet gaan afbieden en je dan uitkomt op 35% of meer lager, dan hadden ze maar ineens goed moeten calculeren. Dat is goed als je aan een kraampje wat souvenirs koopt maar niet voor professioneel werk. Tenminste dat is onze mening en ons principe en daar houden we ons aan. Blijkbaar maakt dat wel een goeie indruk want de prijzen staan ons erg aan en Hector wil heel graag het hele project uitvoeren. Hij zegt dat het in deze maanden bij hem ook wat rustiger is omdat de meeste zeilers pas terugkeren in oktober en hij dus mooi de tijd heeft om alles voor die periode bij ons klaar te hebben.

We maken een deal voor het onderstaande lijstje :

- Nieuw materiaal op zijwanden en plafonds van de 3 kajuiten incl. verwijderen van het oude materiaal en alle lijmresten

- Zonnetent voordek 

- Extra beschermhoes voor UV gedeelte grootzeil

- Muggennetten voor alle luiken en inkom

- Zonnetent kuip (te bevestigen over nog te installeren aluminium frame)

- Nieuwe buiskap

- Buitenkussens

- Binnenkussens

- Matrasovertrek

 

De volgende die we moeten te pakken krijgen is Carlos, één van de plaatselijke lassers. Volgens de meeste zeilers is hij goed in zijn werk maar heeft een niet te onderschatten communicatieprobleem en een serieuze gebruiksaanwijzing. Hij maakt zelf ook uit met wie hij wel en niet wil werken. We zijn dus benieuwd hoe het zal gaan bij onze eerste afspraak.  Die komt hij na wat afgesproken datum en tijd betreft en dat wil hier al veel zeggen.  Hans heeft zijn tekeningen klaar en Carlos, die gelukkig wel goed Engels spreekt,  is precies wel onder de indruk van het concept en hij wil er eigenlijk gelijk aan beginnen, alleen is er wel één belangrijk probleem. Als we het hele ding in roestvrijstaal 316 willen laten maken zal dat allemaal uit Amerika moeten komen en dat gaat serieus in de papieren lopen en tijd kosten. Tijd hebben we,  teveel geld niet helaas. Carlos stelt voor het hele zaakje in niet-geanodiseerd aluminium te maken, moet even sterk zijn en is veel lichter in gewicht (het is tenslotte een serieuze kooi die erachter op komt te staan) en hij zal het wanneer het klaar is schilderen in een door ons te kiezen kleur.  We krijgen een paar dagen om hierover na te denken terwijl hij de prijs calculeert. Hans gaat te rade bij een zeiler hier in Monkey Bay die een aluminium schip heeft wat hij zelf heeft gebouwd en we gaan samen ook eens kijken op de werf waar een catamaran ligt met een aluminium frame wat nog niet zo lang geleden is geïnstalleerd. Na deze twee bezoeken zijn we eigenlijk overtuigd dat het even goed moet zijn dan roestvrijstaal, ook op internet vinden we geen echte afraders.

Nu nog even de prijs afwachten. En die valt weer heel erg mee. Uiteindelijk zullen we wel geld voor het totaalpakket gaan besteden maar we blijven erbij dat we dit soort zaken met onze portemonnee nooit ergens anders kunnen laten doen en we zijn ervoor speciaal naar hier gekomen. Dus niet twijfelen, doen ! 

 

Voorlopig als laatste nemen we nog contact op met Hugo.  Voor hem hebben we lak-, timmer- en polyesterwerk. Ook hij spreekt genoeg Engels zodat mijn technisch woordenboek in de kast kan blijven. Zijn prijzen zijn ietsje hoger dan we gehoopt hadden maar het is zeker nog in de richting van wat we zelf zo gedacht hadden te willen spenderen en het is zeker dat het een job is die wij zeker zelf niet willen doen, dus is het weer gauw beslist.

 Het grootste project voor hem is het lakken binnen in de boot. Dat wordt een hele smerige klus. Eerst zal er serieus geschuurd moeten worden, gedeeltes met een machine en daarna vijf lagen lak met daar tussenin ook nog wat geschuur. Wij hebben alvast  besloten  om tijdens die periode niet op de boot te wonen. We hebben al wat mogelijkheden in de buurt gecheckt en zullen wel wat vinden.

 

We zijn tevreden met de organisatie van de drie grootste projecten die we voor ogen hadden toen we naar hier kwamen. De prijzen vallen mee en we hebben het gevoel dat we een goeie klik hebben met de locale mensen die we gekozen hebben. Blijft afwachten en je hoort van elk van hen zowel goeie als minder goeie berichten maar we gaan gewoon af op onze eigen intuïtie en we zien dan wel hoe het uitdraait. 

 

Een ander belangrijk aspect is natuurlijk ook een planning. Met Hector zijn we ondertussen al gestart. Hugo staat gepland voor begin juli en Carlos heeft het materiaal besteld. Ben benieuwd hoe het verder gaat.

 

Maar eerst maken wij ons op voor het bezoek van Dirk en Anne. Het is drie jaar geleden sinds we bij hen in Amerika de zomermaanden hebben doorgebracht en het wordt tijd dat we mekaar weer eens kunnen vastpakken.

Nog vijf keer slapen !

 

2018  SyBaros - Volg onze wereldreis op de voet   Website & Hosting by DHComputing - Templates by Globbers