Even oriënteren

Zoals dat overal gaat waar je voor het eerst aankomt, is het hier ook weer even uitzoeken waar alles is en waar we moeten zijn.  De voorbije twee weken hebben we in ieder geval goed ons best gedaan om dat allemaal te weten te komen. We hebben uiteraard al wat info meegekregen van bevriende zeilers, in dit geval dan vooral van Philippe en Sandra van de Ulani die hier vorig jaar waren.  Belangrijkste zijn alle telefoonnummers van de mensen die we dienen te contacteren om het geplande werk aan de Baros te laten uitvoeren.

Het cowboystadje, Fronteras, door de meeste locale mensen Rio Dulce genaamd is een echt cowboystadje met één lange ‘hoofdstraat’ waar het krioelt van de mensen en van het verkeer wat hier de godganse dag doorkomt. Het zijn vooral de grote vrachtwagens met kuddes koeien en paarden waarvoor je moet uitkijken. Ze kunnen eigenlijk in de breedte maar net door de straat dus ze komen echt rakelings langs en voor je het weet valt er weer een serieuze vlaai uit de laadbak …

Wat ons gelijk opvalt is de vriendelijkheid en de openheid van de mensen.  Ze staan bij en achter de talloze groente- en fruitkraampjes en proberen uiteraard hun waren aan de man/vrouw te brengen. Het ene ziet er nog frisser en lekkerder uit dan het andere en de keuze is enorm. Deze keer niet alleen tomaten, paprika’s en uien maar ook bloemkool, broccoli, prei, selder, lenteuitjes, radijzen, aardbeien, peren, druiven, teveel om op te noemen en allemaal ontzettend goedkoop.  Ook de supermarkt en de talloze tienda’s hebben alles wat je nodig hebt om niet te verhongeren en daar ook weer knotsgekke prijzen. Iets waar je natuurlijk langs de ene kant wel opgetogen over bent (goed voor de portemonnee) maar wat tegelijkertijd ook wel weer wil zeggen dat de mensen zelf hier niet echt veel verdienen. Maar het is niet anders, we kunnen niet meer doen dan zeker genoeg besteden hier (en niet altijd bij hetzelfde kraam of tienda) en we hebben genoeg werk op onze lijst om de plaatselijke professionals ook een boterham extra te laten verdienen.

Restaurantjes en barretjes hebben we de eerste weken ook goed bezocht. In het teken van een goeie plek vinden om het wereldkampioenschap voetbal in Brazilië hebben we een vergelijkend consumentenonderzoek gedaan van de plaatselijk horeca en ook op dat vlak zit het hier wel snor lijkt ons.  Die zes maanden krijgen we wel gevuld hier !

 

Monkey Bay Marina

Zoals afgesproken vertrekken we deze ochtend om 7 uur vanuit Livingston richting onze ligplaats voor de komende zes maanden. Het is een 20-tal mijl de rivier op, we willen het rustig aan doen zodat we wat rond kunnen kijken èn we willen graag nog voor de middag aankomen omdat er ’s middags vaak nogal wat wind opsteekt en het dan lastiger aanleggen wordt. Ik bel nog even voor alle zekerheid naar John, de MarinaManager, om te zeggen dat we eraan komen. Ze zijn er klaar voor krijg ik te horen dus we zijn in ieder geval daar ook geregistreerd.

Het enige minpuntje van deze vroege ochtend is dat het nog altijd regenachtig weer is met een grijze bewolking en niet echt heel goed zicht. Jammer voor de foto’s maar het is nu even niet anders. We moeten er op 1 of andere dag ook nog weer uit dus misschien kunnen we dan nog wat meer exotische plaatjes schieten.

Het eerste stuk is redelijk imposant, het smalste gedeelte met de hoogste wanden en allerlei oerwoudgeluiden rondom ons. Ook het gevoel dat je met je eigen schip op zo’n rivier het binnenland invaart, heeft toch iets speciaals. We hadden dat al eerder op de Rio Chagres in Panama (waar het volgens de kapitein nog mooier was) al was het daar maar een kort stukje van 6 mijl.

We maken alsnog heel wat foto’s, ook van onze metgezellen zodat we achteraf nog wat kunnen uitruilen. Verder kijken we zo goed mogelijk rond want dat blijft toch nog altijd het beste hangen.

Regelmatig worden we ingehaald door de snelle lanchas die meerdere keren per dag pendelen tussen Livingston en Rio Dulce/Fronteras en ook passeren we menig visserman die vanuit zijn kayuka het avondmaal tracht binnen te halen.

Wanneer we in de helft zijn van onze tocht passeren we drie ankerbaaien waarvan er voornamelijk twee (Texan Bay en Gringo Bay) bekend zijn bij de meeste zeilers. Het plan was om hier gisteren een nachtje te ankeren ipv bij Livingston maar door de technische problemen bij Yellowman is dat er dus niet van gekomen. Iets wat we bij het verlaten van de rivier zeker nog wel gaan doen. Denk dat we daar wel aan toe zullen zijn na zo’n lange periode in een marina.

Daarna komt het brede stuk, Golfito, en daarna zien we al de eerste marina’s verschijnen aan beide zijden van de rivier. En dan zien we onze ‘thuishaven’ Monkey Bay en roepen we John nog even aan via de marifoon. Er wordt netjes doorgegeven waar we moeten gaan liggen en hij verzoekt om vooruit in onze plek te varen en dan morgenochtend, wanneer er geen wind staat zoals nu, de boot om te draaien en dus achteruit in te varen. We begrijpen niet zo goed waarom omdat we vinden dat er zowat geen wind staat en de kapitein van de Baros wel heel erg goed is in manoevreren maar vermits de baas zijn woord wet is, doen we netjes wat ons gevraagd is. Keurig tussen de palen door (we passen er maar net tussen) en wat een luxe onze landvasten worden netjes aangepakt door John die ons gelijk welkom heet in ‘zijn’ marina. Even later ligt ook de Yellowman op zijn tijdelijke plek en doen we met John een rondje waarin we wegwijs worden gemaakt en op de hoogte worden gebracht van de nodige weetjes.

Ondertussen is het echt beginnen waaien, het is dan zo rond de middag, naar we vernemen een goede dagelijkse gewoonte. En dat is maar goed ook want het is hier echt bloedheet !

 

Ingang Rio Dulce : lukt het of lukt het niet …

Vandaag is de grote dag. Eindelijk zullen weten of Baros op eigen kiel de ingang van de Rio Dulce overkomt of dat er hulp nodig is. Om 7 uur, nog steeds met een westenwind en met woelige baren vertrekken we richting Livingston. Het hoogste water staat gepland voor 9 uur dus moet de 10 mijl die we voor de boeg hebben makkelijk te overbruggen zijn. De eerste 3 à 4 valt uiteindelijk toch nog wat tegen zodat ik me al een beetje ongemakkelijk begin te voelen of we niet te laat gaan komen (alsof de waterstand ook gelijk weer naar beneden zakt …), maar na de boei die een ondiepte markeert, moeten we wat opsturen zodat we wat beter ten opzichte van wind en golven komen te liggen. De Bunten Vogel van Lizzy en Hubert varen voor ons (die zijn er zowiezo gerust in want die hebben een catamaran) en vlak achter ons volgt dan Yellowman met Klaus en Marina (en die hebben een optrekbare kiel).  De afspraak is dat beide boten eens we aan de ingang komen eerst gaan varen en Yellowman zal ons via de marifoon op de hoogte houden van het water dat zij op dat moment nog onder de kiel hebben. Goede afspraak ware het niet dat al een dikke mijl voor de boei waar we wat kunnen indraaien de Yellowman plotsklaps redelijk wat achterblijft. We houden hen even in de gaten maar als snel komt het bericht over de marifoon dat de motor het heeft opgegeven en dat Klaus aan het proberen is deze terug aan de praat te krijgen. Ze hadden hetzelfde euvel al eens op weg naar Providencia (toen hadden wij de coastguard al op stand by staan om hen eventueel de baai in te loodsen) en ik moet eerlijk toegeven dat wij het al een beetje raar vonden dat ze hier niet meer naar gekeken hebben sindsdien. Het gaat hier hoogstwaarschijnlijk immers over vuil in de diesel en het is niet omdat de motor, na het vervangen van de filters (zoals ze onderweg naar Providencia deden), het opeens terug doet dat het probleem echt is verholpen. En nu dus weer … waarschijnlijk door het hotsen en klotsen op de ankerplek van Tres Puntas is het vuil wat op de bodem van de dieseltank lag weer eens goed omhoog gekomen en zijn de filters ondertussen dus weer vervuild. Eventjes is het daar weer paniek want ze drijven op de ondiepte af die begrensd wordt door die bewuste boei. Wij geven aan door de marifoon dat ze het  beste zo vlug mogelijk de zeilen hijsen om in ieder geval van de ondiepte weg te kunnen sturen en dan maar zien wat er verder gebeurt. Wij kunnen helaas niet wachten ivm de waterhoogte maar zullen uiteraard op onze ankerplek in Livingston blijven, kontakt houden over de marifoon en eventueel hulp sturen.

En dan is het ondertussen half negen en komen we aan bij de zeeboei die de ingang naar de Rio Dulce aangeeft. En nu wordt het echt spannend. Het is nl. zo dat door de ingang een hele ondiepe strook loopt weliswaar met dikke modder op de bodem die ervoor kan zorgen dat wij met onze diepgang van 2.15 meter hier niet op eigen kiel doorheen kunnen ploegen. Op dit moment met de gegevens die we ter beschikking hebben, dit zijn de waterstanden en waypunten van bevriende zeilers die hier al eens eerder doorkwamen met ongeveer eenzelfde diepgang, en een dubbelcheck via de telefoon met de inklaringsagent Raùl net voor we gaan binnenvaren,  zou het ons moeten lukken. Dit is dan wel gebaseerd op de theorie, de praktijk zegt wat anders zullen we al snel ontdekken. We komen in het ondiepe stuk, zien de diepte op de meter met rasse schreden zakken en voelen we vanaf we nog 30 centimeter op onze meter zien (wat dus bij ons inhoudt dat er nog 30 centimeter water onder onze kiel zou moeten zitten, de total waterhoogte is dan 2.15 meter + 30 cm = 2.45 meter) dat onze kiel reeds de bodem raakt. Zoals gezegd een zachte modderbodem dus we klieven er nog wel doorheen maar het blijft een raar gevoel, met horten en stoten de bodem raken en toch blijven doorvaren. En we zijn niet de enige, een Australiër die ook bij ons in Tres Puntas lag en die dezelfde diepgang heeft en iets meer stuurboord van ons vaart, heeft hetzelfde probleem. Na een kwartiertje zien we dat het nu al geen 30 cm meer is op de dieptemeter maar nog maar 10 cm dus geven we het maar op en maken een teken naar Hector dat hij ons dan maar moet beginnen slepen. 

Hector, een plaatselijke visser en bekende van Raùl, vaart samen met een collega aan boord van zijn motorbootje Wally al de ganse tijd naast ons. Wij reserveerden zijn diensten bij Raùl via de mail en de afspraak is dat hij stand by blijft en ons indien nodig binnensleept voor de zachte som van 60 USD, no cure, no pay. 

Het is zo dat hier bij de ingang er talloze vissersbootjes ronddobberen die liggen te wachten tot de zeiljachten die binnenkomen het zelf niet meer redden en dan hun diensten aanbieden. Zo op het laatste moment iemand aanduiden, kan algauw de prijs doen oplopen tot 120 USD hebben we gehoord dus vonden wij het beter om dan maar iemand van tevoren te reserveren.  

Hector is dus onze man. Van zodra wij aangeven dat wij graag van zijn diensten gebruik maken, komt hij langszij, gooit vakkundig een touw naar Hans die dit, uiteraard even vakkundig, bevestigt aan boeg. Dan gaat hij voor ons varen en gaan we uiteraard met wat meer gemak door de modder heen. Ik blijf het een raar gevoel vinden zo de grond raken en toch maar doorgaan maar mijn kapitein verzekert me ervan dat dit geen kwaad kan en er ook geen schade door kan ontstaan. Misschien dat we wat antifouling gaan missen op onze kiel maar die is toch aan vernieuwing toe dus dat maakt op dit moment niet uit. 

Na een 10-tal minuten mindert Hector wat vaart en meldt ons dat het verderop nog wat ondieper wordt en dat hij ons dan liever hier schuin over trekt. Dat wil zeggen, het touw bij de boeg weg, een val vanuit de mast aan zijn touw vastmaken en dan gaat hij langs opzij de val aantrekken en ons vervolgens schuin leggen op het water zodat onze kiel loskomt van de bodem. We blijven vervolgens uiteraard wel op de motor doorvaren wat helemaal een raar gevoel is want je hangt zo schuin alsof je zwaar scherp aan de wind aan het zeilen bent. En dan voor we er erg in hebben zijn we bij de ankerplek aangekomen, kan de val terug aan boord en motoren we het laatste stukje door en gooien ons anker. We zijn er !

Achteraf bekeken was het dus een goeie zaak dat we Hector alvast aan onze zijde hadden. Als we het van tevoren hadden geweten, waren we gelijk achter hem gaan hangen en hadden we nog niet eens zelf geprobeerd. Je bent dan toch een dik half uur zelf aan het proberen en maakt zowat geen voortgang. Iets om over na te denken voor toekomstige bezoekers van de Rio Dulce. 

Even later komt Hector langs om te ontvangen en vraag ik hem even bij ons te blijven zodat ik Yellowman kan aanroepen om te checken hoe het daar gaat. Ze zijn nog steeds zonder motor en ook het zeilen gaat van geen kanten meer omdat ze de wind meer en meer op de kop krijgen en hij ook nog eens zwaar aan het minderen is. We spreken af dat Hector ze in ieder geval gaat oppikken vanaf de zeeboei en als het nodig is zelfs nog verder door kan komen. Tussendoor zorg ik er ook nog eens voor dat hij onze Australische buren nog even binnen kan trekken. Een goede dag voor onze Hector.

Wanneer dat allemaal weer is geregeld, krijgen we bezoek van de neef van Raùl die bij hem in het kantoor werkt en die vandaag voor de inklaring zal zorgen van de Baros en bemanning. Er worden nog wat formulieren aangevuld, de meeste info had ik reeds doorgemaild en de nodige documenten zoals paspoorten en bootpapieren ingescand en ook gemaild. Ons dossier lag dus al zo goed als volledig bij hem op ons te wachten. Hij neemt de paspoorten mee, gaat dan langs bij Bunten Vogel die naast voor anker liggen, en vermeldt dat we over een uurtje of 2 alles weer bij hem kunnen ophalen en natuurlijk ook betalen. Ook hier gaat voor niks enkel de zon op.

Ondertussen is ook de Yellowman op weg naar de ankerplek veilig achterop bij Hector. We geven aan dat ze langszij bij ons bakboord kunnen vastmaken zodat ze niet moeten ankeren. Hans zal samen met Klaus trachten de motor terug aan de praat te krijgen, mocht dat niet lukken dan heeft Hector alvast zijn diensten aangeboden.

Even later komen ze eraan en liggen al snel veilig en wel vastgesnoerd aan de Baros op het water te dobberen. Marina is volledig overstuur en ziet het weer helemaal niet meer zitten. Ze kan alleen nog denken dat ze over 10 dagen weer naar haar geliefde Aken kan en alles wat bootleven is achter zich kan laten, tenminste toch voor de komende zes maanden. Klaus neemt het zoals steeds allemaal wat lakonieker op en ziet wel wat er komt. (zoals hij zo mooi kan zeggen : “it is as it is”)

Omdat het al rond de middag, het is ook nog eens onophoudelijk beginnen gieten, beslissen we dat we met onze drie boten hier zullen overnachten. Livingston staat niet echt bekend als de meest veilige plek maar we houden allemaal wel een oogje in het zeil en we gaan uiteraard in het donker niet van boord. Het is wel de bedoeling dat Yellowman zelf voor anker gaat voor het donker wordt ook wanneer het motorprobleem niet wordt opgelost.

Hubert, Marina en ik gaan na de middag naar Raùl om onze paspoorten op te halen en onze cruising permit voor de eerste 3 maanden. Daarna moet er nog een verlenging van deze permit worden aangevraagd, dat is dan eentje voor 9 maanden, zodat Baros in totaal 1 jaar in Guatemala kan blijven, totale kosten 315 euro. Wat ons zelf betreft, wij krijgen een stempel voor 90 dagen die dan uiteraard ook nog minimaal 2 keer moet verlengd worden. Dat kan op verschillende manieren hebben we gehoord, hoe we dat gaan doen dat zien we tegen die tijd wel.

Gezien de negatieve berichten die we over Livingston via diverse kanalen hadden opgevangen ben ik positief verrast eigenlijk. Het is een kleurrijk stadje met vriendelijke mensen, mooie fruit- en groentekraampjes, diverse barretjes en restaurantjes en allerlei stalletjes met toeristische prularia.  Ik ga voor de eerste keer ook wat geld afhalen bij de plaatselijke bankautomaat. Belangrijk voor toekomstige bezoekers : je kan enkel met Visa pinnen en je kan maximum 2000 Quetzales afhalen, dat is ongeveer 200 euro.

Wanneer we terug aan boord komen, blijkt dat Hans en Klaus hun werk goed hebben gedaan want de motor draait alweer een uurtje zonder problemen. Diagnose is toch weer vuile diesel dus het staat nu wel als een paal boven water dat de dieseltank eens goed schoon moet worden gemaakt.

Yellowman ankert vervolgens vlak bij ons en Bunten Vogel en we besluiten,  gezien het nog maar eens aan het gieten is, dat we de avond gewoon elk op zijn eigen boot gaan doorbrengen en dat borreltje voor onze aankomst op de Rio maar zullen laten voor de volgende dag.

Een dag die al vroeg zal beginnen want we moeten een 20 mijl de rivier op en we willen nog voor de middag aankomen in Monkey Bay Marina.

Dagboek 31 mei 2007 tot 15 mei 2014

Vanaf hier kan u ons "oude" dagboek lezen door op onderstaande knop te klikken.

 

Naar ons oude dagboek

2018  SyBaros - Volg onze wereldreis op de voet   Website & Hosting by DHComputing - Templates by Globbers